Neuroplasticiteit: oefeningen voor meer dankbaarheid en positiviteit

Een chirurg voert honderd operaties uit. Negenennegentig verlopen goed. Eén kent een complicatie. Welke operatie wordt besproken? Waarschijnlijk die ene. En terecht. Want van fouten kunnen we leren. Maar wat gebeurt er als we óók bewust stilstaan bij de negenennegentig operaties die goed gingen?
VIMs en PIMs
In de zorg hebben we systemen ontwikkeld om incidenten te analyseren. We onderzoeken wat misging, welke factoren een rol speelden en hoe we herhaling kunnen voorkomen. Maar hoe vaak onderzoeken we eigenlijk waarom iets goed ging? Waarom verliep dat moeilijke gesprek onverwacht soepel? Waarom voelde een patiënt zich echt gehoord? Hoe kwam het dat een team tijdens een hectische dienst zo goed samenwerkte?
Wanneer iets goed gaat, gaan we meestal snel door naar de volgende patiënt, de volgende taak of het volgende probleem dat opgelost moet worden. Maar, als we enkel de fouten onderzoeken, laten we een deel van het leerpotentieel liggen. Want succes bevat ook informatie.
Vanuit die gedachte is het concept PIM ontstaan: Positieve Incidenten Melding. Niet als vervanging van VIMs, maar als aanvulling. Want als fouten ons iets kunnen leren, waarom zouden successen dat niet kunnen?
Neuroplasticiteit: wat je oefent, wordt sterker
Er is ook nog een ander belangrijk effect van ‘PIM-men’. Het doet namelijk ook iets met je brein.
De bekende neuropsycholoog Donald Hebb formuleerde het al in 1949:
“Neurons that fire together, wire together.”
Oftewel: neurale verbindingen die vaak samen actief zijn, worden sterker.
Wanneer je dagelijks stil staat bij dingen die niet goed gaan, wordt je brein daar beter in. Wanneer je regelmatig aandacht geeft aan dankbaarheid, waardering en wat goed gaat, versterk je ook die netwerken.
Misschien is dat wel de grootste kracht van PIMs. Het helpt ons niet alleen te leren van wat werkt, maar traint ons ook om op te merken wat er óók goed gaat.
Een klein experiment
Ik wil je uitnodigen voor een experiment. Gewoon voor één werkdag.
Aan het einde van de dag stel je jezelf twee vragen.
- Wat ging er vandaag mis of had beter gekund? Waarschijnlijk heb je het antwoord snel paraat.
- Wat ging er vandaag goed en waarom? Niet alleen wat goed ging, maar vooral waarom. Welke keuze maakte jij? Wat deed een collega? Wat maakte dat een gesprek soepel verliep? Waarom voelde een patiënt zich gehoord? Welke omstandigheden hielpen mee?
Behandel dat positieve moment eens met dezelfde nieuwsgierigheid waarmee je normaal gesproken een incident of complicatie analyseert. De kans is groot dat je iets interessants ontdekt.
En misschien ontdek je nog iets anders. Dat er op een gemiddelde werkdag meer goed gaat dan je brein je aanvankelijk laat geloven.
Juist daarin schuilt de kracht van neuroplasticiteit. Wanneer we onszelf jarenlang trainen in het signaleren van risico’s, fouten en problemen, wordt ons brein daar steeds efficiënter in.
Het mooie is dat hetzelfde principe ook geldt voor dankbaarheid en positiviteit. Door bewust aandacht te geven aan wat goed gaat, wat werkt en waar we dankbaar voor zijn, versterken we ook die neurale netwerken. Na verloop van tijd worden positieve gebeurtenissen, kwaliteiten en succesmomenten daardoor gemakkelijker opgemerkt.
En dat blijft niet zonder gevolgen. Wat we opmerken, beïnvloedt hoe we ons voelen en hoeveel plezier we ervaren in ons werk. Bovendien werkt aandacht aanstekelijk. Wanneer we vaker benoemen wat werkt, waar we trots op zijn of wat we waarderen in een collega, heeft dat invloed op de sfeer, de onderlinge relaties en uiteindelijk ook op de cultuur van een team.
Neuroplasticiteit oefeningen voor meer dankbaarheid en positiviteit
1. Analyseer een succes
Kies aan het einde van de dag één moment dat goed verliep. Beschrijf niet alleen wat er gebeurde, maar onderzoek ook welke factoren daaraan bijdroegen. Welke keuzes maakten het verschil? Wat zou je bewust willen herhalen?
2. De drie goede dingen
Schrijf drie dingen op die die dag goed gingen. Dat mogen grote successen zijn, maar ook kleine momenten, zoals een prettig gesprek met een collega of een patiënt die opgelucht de spreekkamer verliet. Vraag jezelf vervolgens af wat maakte dat deze dingen goed gingen.
3. Benoem wat je waardeert
Sta dagelijks even stil bij iets waarvoor je dankbaar bent in je werk. Dat kan een collega zijn, een leerzame situatie of simpelweg het feit dat je iemand hebt kunnen helpen. Door dit bewust op te merken, train je je aandacht voor wat goed gaat.
4. Deel een positief incident
Bespreek tijdens een overleg niet alleen wat beter kan, maar ook een situatie die juist goed verliep. Wat kunnen collega’s daarvan leren? Zo wordt succes net zo leerzaam als een fout.
5. Eindig de dag met dankbaarheid
Voordat je je laptop dichtklapt of naar huis rijdt, sta eens kort stil bij de vraag: Waar ben ik vandaag dankbaar voor? Het gaat er niet om dat iedere dag geweldig was. Het gaat erom dat je brein de kans krijgt om ook deze ervaringen op te merken en op te slaan.
Dankbaarheid verandert het verleden niet en lost problemen niet op. Maar door er bewust aandacht aan te geven, train je je brein om naast uitdagingen ook hulpbronnen, successen en verbinding te blijven zien.
Waar je aandacht aan geeft, groeit
Neuroplasticiteit laat zien dat ons brein voortdurend leert van wat we herhalen. Misschien is de vraag daarom niet alleen hoe we omgaan met fouten, maar ook hoeveel aandacht we geven aan succes. Want wat we opmerken, beïnvloedt wat we onthouden. En wat we onthouden, beïnvloedt waar we morgen opnieuw naar zullen kijken.
Door bewust aandacht te besteden aan positieve ervaringen, dankbaarheid en succesvolle momenten trainen we ons brein om een completer beeld van de werkelijkheid te zien. Niet door problemen te negeren, maar door ook te leren van wat werkt. Misschien ligt daar wel een belangrijke aanvulling op hoe we in de zorg gewend zijn te leren.
We hoeven niet minder kritisch te worden. Je hebt geen roze bril nodig om doorheen te kijken. Maar je mag simpelweg vaker stilstaan bij wat óók waar is.
Waar wil jij je brein beter in laten worden?
