Skip to content

Durven zien wat er goed ging

Ik heb het leven van een patiënt gered… en toch blijf ik me afvragen of ik het wel goed heb gedaan.”

Dit was de inbreng van een huisarts tijdens een gemengde intervisiegroep met huisartsen en medisch specialisten. Zijn twijfel werd gevoed door een opmerking van een ambulanceverpleegkundige en een reactie van een specialist op de Spoedeisende Hulp.

De groep ging er vol op in. Samen werd minutieus onderzocht wat er mogelijk niet goed was gegaan.

Wat opviel?
Niemand stond stil bij wat er wél goed was gegaan.

En dat is tekenend.

De negatieve focus in de zorg

In onze maatschappij (en in de zorg in het bijzonder) zijn we vooral gefocust op wat er fout is gegaan en fout kan gaan. Uiteraard is risicobeperking in de zorg belangrijk. Soms gaat het tenslotte over leven en dood. Dus focus op wat fout is gegaan en fout kan gaan is zeker van belang.

Maar dat we tegelijkertijd vergeten om ook te vieren wat er goed, dat gaat raakt me in mijn hart. Dit betekent namelijk, dat we in de zorg steeds vanuit negatieve focus werken, wat niet heel motiverend is. Ook het brein van artsen heeft bevestiging nodig. En positieve bekrachtiging. Uit neuropsychologisch onderzoek blijkt zelfs, dat dit meer impact heeft, dan alleen de focus op wat er fout gaat.

De innerlijke criticus aan het woord

In deze casus bleek uiteindelijk dat er inhoudelijk niets fout was gegaan. De opmerkingen van collega’s waren waarschijnlijk zelfs positief bedoeld. En toch bleef de twijfel knagen.

Niet omdat de zorg niet goed was geweest, maar omdat deze huisarts zichzelf nauwelijks toestemming gaf om trots te zijn op zijn eigen spannende en moedige handelen. Daardoor kreeg zijn innerlijke criticus vrij spel. Achteraf bleef die stem maar vragen: “Was het wel goed genoeg?”

Onze angst voor ons eigen licht

Marianne Williamson verwoordt dit prachtig:

“Our deepest fear is not that we are inadequate. Our deepest fear is that we are powerful beyond measure. It is our light, not our darkness that most frightens us. We ask ourselves, ‘Who am I to be brilliant, gorgeous, talented, fabulous?’
Actually, who are you not to be? You are a child of God. Your playing small does not serve the world. There is nothing enlightened about shrinking so that other people won’t feel insecure around you.
We are all meant to shine, as children do. We were born to make manifest the glory of God that is within us. It’s not just in some of us; it’s in everyone. And as we let our own light shine, we unconsciously give other people permission to do the same. As we are liberated from our own fear, our presence automatically liberates others.”

Korte samenvatting in het Nederlands: Onze diepste angst is niet dat we ontoereikend zijn. Onze diepste angst is juist dat we onmetelijk krachtig zijn. Het is niet de duisternis, maar juist het licht in ons, dat we het meeste vrezen…
En als we ons LICHT laten schijnen, geven we onbewust de ander toestemming om hetzelfde te doen.
Als we van onze diepste angst bevrijd zijn, zal alleen al onze nabijheid anderen bevrijden.

Wanneer we ons licht laten schijnen, geven we onbewust anderen toestemming om hetzelfde te doen. En als we bevrijd raken van die diepste angst, bevrijdt onze aanwezigheid automatisch ook anderen.

Wat als we óók vieren wat goed gaat?

Wat zou er gebeuren als we in de zorg (naast leren van wat misgaat) ook bewust stilstaan bij wat goed gaat? Bij vakmanschap. Bij moed. Bij beslissingen die wél levens redden.

Door ruimte te maken voor die erkenning, creëren we niet alleen een positievere werksfeer, maar ook meer draagkracht, verbinding en werkplezier.

En misschien nog wel belangrijker: we geven elkaar toestemming om ons licht niet kleiner te maken dan nodig is.

Back To Top